Tafseer-lezing #7 — Al-'Alaq (De Hangende Massa)
Verslag van de zevende tafseer-lezing van Tasneem Sadiq, op dinsdag 16 maart 2004, zoals MashriQ die zelf op haar website publiceerde - het uitvoerigste verslag van de reeks. Behandeld werd soera Al-'Alaq. Het verslag opent met het verhaal van de grot Hira, waar de Profeet zich afzonderde van de materiele wereld, en de eerste openbaring: engel Jibraiel die hem driemaal 'iqra' - lees - opdroeg, waarna hij de eerste vijf verzen van deze soera voordroeg. Daarna keerde hij geschrokken terug naar Khadija (as), die hem geruststelde en voorstelde haar oom te raadplegen, een christelijke schriftgeleerde, die de verschijning herkende als dezelfde die Musa (as) had gehad en voorspelde dat de Mekkanen de Profeet uit de stad zouden verjagen. De verzen 1 tot en met 5 zijn de allereerste geopenbaarde verzen; de verzen 6 tot en met 19 werden geopenbaard toen de Profeet in het openbaar begon te bidden.
Algemeen
Profeet Mohammed (saw) ging vaak naar de grot *Hirah* in de bergen. Deze grot was zeer klein, hierin kon slechts een persoon plaatsnemen. Hij zonderde zich hier af van de materiele wereld en dacht na over de Schepping. Op een moment dat hij zich in de grot bevond kwam engel Jibraiel (as) langs met het eerste vers en zei tegen de profeet (saw) "*iqra* (lees)!" Hierop antwoordde de profeet (saw) "ik ben niet uit degenen die kan lezen en schrijven". De engel trok de borstkast van de profeet stevig tegen zich aan, en liet hem weer los, waarop hij weer zei *'iqra!' *Weer gaf profeet Mohammed (saw) hetzelfde antwoord, en wederom trok Jibraiel (as) hem hard tegen zich aan en liet hem weer los. Na de derde keer, las de profeet de eerste vijf verzen van deze surah op.
De profeet (saw) was erg geschrokken en verbaasd over wat zich had voorgedaan in de grot. Hij rende naar huis en daar aangekomen zei hij tegen zijn vrouw Khadija (as) "wikkel mij in dekens". Hij trilde over zijn lichaam. Toen hij bijgekomen was vertelde hij (saw) zijn vrouw wat er gebeurd was in de grot en vroeg haar of God hem verlaten had. Khadiya (as) zei hierop dat hij betrouwbaar en vrijgevig was, en dat God zo iemand niet zou verlaten. Zij stelde voor om naar haar oom te gaan om raad te vragen. Hij was een christelijke schriftgeleerde. Toen zij de oom verteld hadden wat zich had voorgedaan, zei hij dat dit dezelfde verschijning (*namoos*) was, als die Musa (as) ook had gehad. Hij vertelde dat de Mekkanen ook de profeet uit de stad zullen verjagen. De profeet (saw) verbaasde zich hierover.
Vers 1 tot en met 5 zijn de allereerste verzen die geopenbaard zijn aan profeet Mohammed (saw). Vers 6 tot en met 19 zijn de verzen die geopenbaard waren toen de profeet (saw) in het openbaar begon te bidden.
In naam van Allah, de meest Barmhartige, Genadevolle.
Vers 1. Lees in de naam van uw Heer, die (alles) heeft geschapen
Uit dit eerste vers kun je opmaken dat profeet Mohammed (saw) al eerder geloofde in een andere, Enige, God dan de meeste Arabieren destijds. Die geloofden in meerdere goden en aanbaden beelden.
*Iqra* staat voor ‘lees’ en ‘leer’. De basis van de Islam is kennis vergaren. Kennis vergaren moet een doel hebben, zo zegt de Islam. Door het bekwamen van kennis kom je dichter te staan bij Allah (swt). Het uitgangspunt van kennis vergaren is *ibadah *doen (de* sajdah *verrichten naar je Rab toe).
Dit is ook de reden waarom de Quran je uitnodigt om te bekijken hoe de natuur ontstaan is. De Quran is overigens geen wetenschappelijk tekstboek, maar een boek van Leiding. Er staan zo bijvoorbeeld een aantal natuurwetenschappelijke feiten in om jou dingen duidelijk te maken. Als je deze uitnodiging aanneemt, leer je op deze manier Allah (swt) in de natuur (dierenrijk, plantenrijk, natuurwetenschappen) herkennen. Dit zal je *imaan *(geloof) versterken.
Vers 2. Die de mens heeft geschapen uit een hangende massa (in de baarmoeder)
Het woord ‘die’ in dit vers staat voor Allah (swt). Er wordt hier gesproken over ‘*alaqah*. Vrij vaak komt het voor dat dit woord niet goed vertaald wordt. Het woord *al-‘alaqah* heeft drie betekenissen, namelijk bloedzuiger (1), hangende massa (2) en bloedklonter (3).
(1) De leer van de biologie wijst uit dat een vijftien-dagen-oud embryo lijkt op een bloedzuiger.
(2) Een embryo ‘hangt’ in de baarmoeder, met andere woorden het is een hangende massa.
(3) In het beginstadium is een embryo slechts 0,6 mm groot, van de verte lijkt dit dus op een bloedklontertje.
Eerst kon men niet begrijpen hoe men de betekenis van het woord al-‘alaqah kon gebruiken met drie woorden. In de leer van de biologie is dit naar voren gekomen, waardoor het in samenspraak is met de moderne biologie.
Ook dr. Keith Moore heeft de moderne inzichten vergeleken met de islamitische leer. Zijn tekstboeken worden gebruikt op universiteiten om de leer van de biologie uit te leggen. In bepaalde edities van zijn boek, verwijst hij zelfs naar deze en andere Islamitische bronnen om aan te geven hoe ver de Islam wel niet was inzake embryologische verwijzingen.
Vers 3. Lees, want de Heer is de Meest Eerbiedwaardige
De ‘docent’ van de profeet (saw) was Allah (swt). Hij zorgt ervoor dat men geleerd raakt. Allah (swt) gaf zowel profeet Mohammed (saw) als ons kennis en wijsheid. Het doel hiervan is het verkrijgen van nabijheid van Allah (swt). Als je dingen doet, zorg er dan voor dat je aspecten eruit haalt die je *imaan* versterken.
Als we bijvoorbeeld kijken naar de wetenschap, dan moeten wij deze niet als doel maar als middel stellen om dichter tot Allah (swt) te komen. Als we een studie doen, dienen wij niet te kijken naar hoeveel geld wij hier later mee kunnen verdienen. Studeer je bijvoorbeeld geneeskunde, bekijk het voor jezelf dan niet op materialistisch maar op sociaal vlak. Je helpt je medemens, je zult een toegevoegde waarde hebben voor de mensen. Ook studies zoals sociologie en psychologie kunnen je helpen bij het versterken van je *imaan*. Het maakt overigens niet uit welke studie je doet, elke wetenschap heeft wel iets dat je leidt richting Allah (swt).
Vers 4. Die (de mens) door middel van de pen onderwees
De *qalam* (pen) is de symbool van overdracht. In het onderwijs brengt je kennis over. Met de pen stel je iets op schrift zodat anderen er generaties lang gebruik van kunnen maken. De ‘pen’ kun je ook zien als de ‘goddelijke pen’, de manier waarop Jibraiel (as) openbaringen bracht aan profeet Mohammed (saw).
Newton zei ooit “het feit dat ik verder kan kijken dan anderen is omdat ik op de schouders van de reuzen stond”. Dit middel van onderwijzen (doorgeven van informatie) is ook verfijnd in de Islam.
De klassieke Islamische wetenschappen hebben ook iets unieks. De manier van onderwijzen is één op één les krijgen. De manier die hedendaags wordt toegepast, is niet eigen van de Islam. Neem bijvoorbeeld imam Bukhari. Hij gaf ook één op één les, en dat is op dezelfde manier door blijven gaan. Er zit hier een bepaalde waarde aan, want na de kennisoverdracht krijgt degene, die de kennis gekregen heeft, een *Sannad*. Een *sannad* is een geschreven toestemming, waaruit blijkt dat jij bevoegd bent tot het onderwijzen in de kennis die jij hebt gekregen van je docent. Zo blijft de informatie betrouwbaar. Uit de *sannad* wordt duidelijk wie er allemaal gedoceerd heeft. De gouden sannad is de meest korte route van de docentenlijn.
Vers 5. Hij leerde de mens datgene wat hij niet wist
Allah maakt het mogelijk voor de mens om zijn verstand te gebruiken. Door het verstand leren mensen hoe dingen ontstaan en in elkaar zitten. De Islam leert ons zaken die wij eerder niet wisten (denk aan: embryologie, de heelal)
Je hebt in dit vers te maken met het woord *allamah*. Dit betekent elke vorm van leren en kennis dat is mogelijk gemaakt. Het opdoen van kennis is een continu proces.
Vers 6. Voorwaar de mens wordt opstandig
Op een gegeven moment ging profeet Mohammed (saw) in het openbaar bidden, zodat de mensen dit konden waarnemen. Er waren mensen zoals Abu Jahl die hier niet mee eens waren en de Islam niet als juist beschouwden. Abu Jahl probeerde ervoor te zorgen dat de Profeet (saw) in het openbaar zijn gebedshandelingen niet kon uitvoeren.
Vers 7. Omdat hij zichzelf ziet (en) onafhankelijk denkt
In dit vers wordt met ‘hij’ nog steeds verwezen naar Abu Jahl. Hij staat er niet bij stil dat Allah (swt) hem de rijkdom, macht en familie had gegeven die hij in zijn leven had. Abu Jahl dacht dat hij dit alles aan zichzelf te danken had. Hij voelde zich trots en onafhankelijk.
Vers 8. Voorwaar! Jouw terugkeer is tot jouw Heer
Allah (swt) heeft jou in de eerste instantie geschapen, en je zult uiteindelijk ook weer terugkeren tot Hem.
Vers 9. Hebt gij degene gezien die verbiedt (en weerhoudt)
Dit vers kan men zien als een soort van retorische vraag “heb je gezien wat hij (Abu Jahl) deed”. Hij deed sarcastisch tegen de profeet (saw) en lachte hem uit. Hij schreeuwde tegen hem en spoorde mensen aan hetzelfde te doen. Zelf bidde Abu Talib niet en hij weerhield anderen, en met name profeet Mohammed (saw) ook hiervan. Het ging zo ver dat er zelfs stenen werden gegooid naar de profeet (saw). Abu Jahl probeerde mensen dus te weerhouden om dichter bij Allah (swt) te kunnen komen.
Nog steeds heb je bepaalde (groepen) mensen die je proberen tegen te werken in het bereiken van je doel. Als persoon wil je kennis opdoen en deze in praktijk brengen, anderen kunnen hier tegenin gaan. In dit vers wordt gewezen op de gevaren die zich voordoen tijdens het opdoen van kennis.
Vers 10. Wanneer een dienaar bidt?
Het woord dienaar kan in dit vers gezien worden als de profeet Mohammed (saw). Hij bidde voor zijn Rab. Men begint met kennis opdoen, de volgende stap hiervan is dichterbij Allah (swt) te komen. Dit doet men door te bidden.
Vers 11. Ziet u, als hij maar de leiding volgde
Ook in dit vers wordt Abu Jahl bedoeld. Hij kon beter de weg naar Allah (swt) volgen.
Vers 12. Of tot rechtvaardigheid maant
Je vraagt je af waarom het zo moeilijk was voor Abu Jahl om rechtvaardig te zijn. Hij deed zijn best om voor onrechtvaardigheid te zorgen.
Vers 13. Ziet u? Indien hij de waarheid verloochent en zich afwendt
Vers 14. Weet hij niet dat Allah alles ziet?
Allah (swt) ziet waar Abu Jahl mee bezig was, het feit dat hij zich afwendt van Allah (swt) verandert deze zaak niet. Ook hij zal zijn daden moeten verantwoorden, echter hij stond hier niet bij stil.
Vers 15. Neen! Als hij niet ophoudt, zullen Wij hem zeker bij zijn haren van zijn voorhoofd grijpen
Als men anderen blijft tegenwerken om dichter bij Allah (swt) te komen, zullen zij hiervoor worden gestraft.
Vers 16. Van dat leugenachtige, schuldige, zondige voorhoofd
De laatste jaren heeft de wetenschap meer inzicht gekregen op de ‘lobus frontalis’. In dit gedeelte van de hersenen, dat zich bevindt in het voorhoofd, worden planningen bedacht door de mens. Ook zet dit gedeelte aan tot geweldadigheid en agressiviteit. Daarom wordt het voorhoofd van Abu Talib in dit vers leugenachtig, schuldig en zondig genoemd.
Vers 17. Laat hij dan zijn raadgevers bij elkaar roepen
Vers 18. Wij zullen ook Onze wachters bijeenbrengen
Met de wachters worden hier de wachters van de Hel en/of de strijders van de Islam bedoeld. Je kunt hier de slag van Badar als voorbeeld nemen.
Vers 19. Neen! Gehoorzaam hem niet, maar werpt u neder (in *sajdah*) en zoek Zijn nabijheid
In plaats van te luisteren naar mensen zoals Abu Jahl, kun je in echter beter kennis en wijsheid opdoen en deze omzetten in goede daden. Pas je kennis toe, en uiteindelijk zal dit leiden naar de nabijheid van Allah (swt).
Onthoud wat Imam Ghazzali ooit zei “Kennis opdoen is niet moeilijk, maar deze kennis toepassen is moeilijk”.
Met dank aan Mahwish Ashraf
