report

Tafseer-lezing #5 — Ad-Duha (De Dageraad), deel 1

Verslag van de vijfde tafseer-lezing van Tasneem Sadiq, op dinsdag 10 februari 2004, zoals MashriQ die zelf op haar website publiceerde. Behandeld werd soera Ad-Duha, elf verzen lang, geopenbaard in de Mekkaanse periode. Het verslag begint met de aanleiding van de openbaring: de Profeet had een aantal dagen geen openbaring gekregen en was ziek, waarop een buurvrouw hem confronteerde met de woorden 'Jouw shaitan heeft je eindelijk verlaten' - een opmerking die hem diep raakte. Daarna volgt de uitleg van de eerste verzen, waarin bij de glorie van de dag en bij de rust van de nacht wordt gezworen, gelezen als de dag waarop Musa (as) Allah sprak en de nacht van de Mi'raaj, en als het zichtbare en het verborgene in de persoon van de Profeet zelf. Eerste van twee delen; het vervolg volgde op 2 maart 2004.

Algemeen

Deze surah is geopenbaard in de Mekkaanse periode. De aanleiding van deze surah was als volgt: De Profeet Mohammed (s.a.w.s) had een aantal dagen (saw) geen openbaring gehad. Normaal gesproken was er regelmatig een openbaring. In deze periode was de profeet ook ziek. Een van zijn buurvrouwen ging naar de profeet (saw) toe en confronteerde hem met de volgende woorden "Jouw shaitan heeft je eindelijk verlaten". Zij bedoelde hiermee dat hij gek was, en dingen verzon. Dit raakte de profeet (saw) diep.

Surah Ad-Duha bestaat uit 11 verzen. Ook bij deze surah wordt er eerst gezworen, waarna de 'statement' gemaakt wordt.

In naam van Allah, de meest Barmhartige, Genadevolle.

Vers 1. Bij de glorie van de dag
Er wordt hier gezworen op de felheid van de dag. Je bent op de dag actief. In dit vers wordt een specifieke dag bedoeld, namelijk de dag waarop Musa (a.s.) Allah sprak. Hij wilde Allah met zijn eigen ogen zien en zei 'Laat mij jezelf zien, zodat ik je kan aanschouwen'. Hierop antwoordde Hij 'Jij kunt mij niet zien'.

Vers 2. En bij de nacht als het zich rustig verspreid.
Er wordt hier gezworen op de nacht, wanneer na de drukte van de dag, rust ervoor in de plaats komt. Je bent in de nacht inactief. Hier wordt een specifieke nacht bedoeld, de Mi'raaj, toen de profeet Mohammed (saw) naar Allah toeging, en Hem aanschouwde.

In vers 1 en 2 wordt er gesproken over de dag en nacht. De dag kun je hier ook vergelijken met de noor (licht) van profeet Mohammed (saw). Het gaat hier om zijn gelaat dat scheen, zijn kennis (noor van ilm). Je kunt dus de dag zien als iets wat zichtbaar is.
De nacht kun je vergelijken met de donkere haren van de profeet. Ook kan je het zien als de innerlijke staat van de profeet, dat verborgen is voor iedereen, behalve voor Allah.

Als het nacht is, betekent het niet dat er geen dag meer zal komen. Met andere woorden, als er een rustige periode geweest is, betekent het niet dat er geen openbaringen meer zullen zijn. Net zoals de dag en de nacht iets reels is, is het ook een realiteit dat Allah Zijn profeet niet in de steek kan laten. Je kunt 'de dag en de nacht' ook zien als voor- en tegenspoed. Bij de Dag des Oordeels zal de dag niks meer verborgen blijven, zoals het in deze wereld wel vaak gebeurd.

Vers 3. Uw heer heeft u niet verlaten, nog is Hij mishaagd over u.
Nee, Allah had Zijn profeet niet in de steek gelaten, alles heeft gewoon een bepaalde reden / hiqmah (wijsheid). Daar moet je je geen zorgen over maken. De ene keer is anders dan een andere keer, je imaan kan zich altijd in een andere staat bevinden. Zo kun je je op het ene moment spiritueel heel sterk voelen, en het andere moment kan dit afzwakken. Het is klimmen en dalen. Je moet niet wanhopen als dit gebeurt, het blijft zich afwisselen. Dit gebeurt ook met de Ramadan, je laadt je als het ware op, en het zakt langzaam aan weer af. Tot dat je jezelf weer zult 'opladen'.

Vers 4. Voorwaar! Elk komend moment zal beter zijn voor u dan het vorige.
Nachten zijn bedoeld om ervoor de zorgen dat er een betere dag zal komen. Er zullen altijd verbeteringen optreden. Dit gebeurt zowel qua deen (geloof) als dunya (wereld). Zo waren er slechts twee mensen in deze dunya, Adam en Eva, en daarna ontstonden vele mensen en stammen. De persoonlijke groei van de profeet werd met de dag beter, sterker en heviger. Ook als je ziet hoe de Islam zich verspreidde na de tijd van profeet Mohammed (saw), kun je verbeteringen waarnemen.

Het leven zit vol ups & downs, maar de pijn duurt maar even. Je wordt niet terug geworpen op wat er al geweest is. Er zijn constant momenten in een mensenleven waarin bijvoorbeeld je imaan groeit of afneemt. Als het goed is, wordt uiteindelijk je imaan steeds beter. Als je weer de Ramadan als voorbeeld neemt, zijn de laatste tien dagen het toppunt. Deze dagen zijn het meest bijzonder, vooral de nacht van de 27e. Je maakt in de Ramadan een ontwikkeling mee. Na de Ramadan ga je wel achteruit, maar spiritueel gezien heeft het een goed effect op je.
Of neem bijvoorbeeld de Quran verzen. Elke keer kun je er een andere les uit lezen. Steeds ontdek je andere zaken en trek je nieuwe conclusies eruit.

Vers 5. En voorwaar uw Heer zal u zoveel schenken dat u tevreden zult zijn.
Profeet Mohammed (saw) hield beide handen op en huilde 'mijn Ummah', hij wilde hetzelfde voor zijn Ummah als de Profeten Musa en Ibrahim (as), waarop de engel Jibraiel met het bericht kwam dat dat hij nooit teleurgesteld zal worden. Ook op de Dag des Oordeels zal de profeet proberen dat zijn Ummah het paradijs in zal gaan. Hij zal dan de Shafa'at doen (voorspraak verrichten) voor zijn Ummah. De Shafa'at is iets wat uniek en apart is. Het is gedelegeerd naar de profeet Mohammed (saw).

Wat wordt er verstaan onder zijn 'Ummah'? Dat zijn de mensen die geloven in de Islam en die hun best doen hiervoor. Ook mensen die niet sterk staan qua imaan, maar wel de juiste intentie hebben, behoren tot de Ummah van profeet Mohammed (saw) Je dient spiritueel een binding te hebben met deze deen en met Allah.

Vers 6. Vond Hij u niet als wees, en nam Hij u niet op in Zijn barmhartigheid?
Toen profeet Mohammed (saw) geboren werd, was zijn vader al overleden. Zijn moeder, Amina, stierf toen hij 6 jaar oud was. Hierna ging hij bij zijn opa wonen tot zijn 8e levensjaar. Abu Talib heeft hierna de zorg van de profeet (saw) op zich genomen tot zijn dood. Allah zorgde er dus voor dat de naasten van de profeet zich openstelden en zijn zorg op zich namen.

Vers 7. En vond Hij u niet zoekende (naar Zijn liefde) en leidde Hij u niet naar uw bestemming?
Profeet Mohammed (saw) zocht al heel zijn leven naar Allah, want de goden die aanbeden werden in Makkah trokken hem niet aan. Hij heeft zich ook nooit tussen de feestjes van de afgoddienaren bevonden. De zoektocht naar Allah werd steeds heviger, en hij verdiepte zich in de Scheppinjg en de Schepper. Hij ging de bergen in, dagen, weken en zelfs maanden lang verbleef hij daar. Daar dacht hij na over de creatie. Allah, de Schepper van gras, bergen en valleien, vond de profeet dus zoekende. Hierop werd de Islam door de profeet verspreid.

Ook mensen hebben een fase in hun leven waarbij ze een zoektocht hebben. Je vraagt je af of je de juiste geloof hebt, of je goed gelooft enzovoort. Hoe je uit hieruit komt heeft te maken met hoe je deze fase beleefd hebt, en tot wie je je wendde met je vragen.

Met dank aan Mahwish Ashraf.

Datum
10 februari 2004
Categorie
report
Herkomst / credit
MashriQ (eigen website-archief, 2009)