report

Tafseer-lezing #3 — Ash-Shams (De Zon)

Verslag van de derde tafseer-lezing van Tasneem Sadiq, op dinsdag 13 januari 2004, zoals MashriQ die zelf op haar website publiceerde. Behandeld werd soera Ash-Shams (De Zon), een Mekkaanse openbaring van vijftien verzen, met als centraal thema de nafs, het ego van de mens. Het verslag concentreert zich op de metaforische lezing van de eerste acht verzen, waarin Allah bij een reeks verschijnselen zweert voordat Hij tot een uitspraak komt: de zon als metafoor voor imaan (geloof), de maan die haar licht weerkaatst als het lichaam, de dag als de goede daden die het geloof feller doen schijnen en de nacht als de slechte daden die het bedekken. Ook de lezing van de zon als de Profeet en de maan als zijn volgelingen komt aan bod.

Algemeen:

Surah Ash Shams is een Mekkaanse openbaring, zoals vrijwel alle laatste hoofdstukken uit de Quran. Deze behandelen ieder vanuit diverse perspectieven het volgende: ?Het geloven in één God en dat je aan Hem verantwoording dient af te leggen van je daden op de Dag des Oordeels?. Een belangrijk thema wat we in dit hoofdstuk tegenkomen is de Nafs, ?het ego van de mens?. Surah Ash Shams bestaat uit 15 verzen. Er zal voornamelijk worden ingegaan op de metaforische interpretatie van deze verzen.

Vers 1. Bij de zon en haar zonneschijn.

Allah swt zweert in de eerste 8 verzen op een aantal dingen, alvorens Hij met een statement komt. Hij zweert als eerste op de zon, iets wat een ieder kan zien en niet te ontkennen valt. De zon zorgt voor warmte en licht, beide zijn noodzakelijk voor het leven op aarde. De zon kan men hierbij zien als zijnde een metafoor voor de ?Imaan? (geloof). Zoals de zon noodzakelijk is voor het leven op aarde, zo is ook de ?Imaan? noodzakelijk voor het (spirituele) leven.

Vers 2. Bij de maan wanneer zij haar (de zon) volgt.

De maan weerkaatst het zonlicht. De maan is in deze een metafoor voor ?het lichaam?. Door je Imaan gaat je lichaam/gedrag ook ?schijnen?. Men zou ook de zon als metafoor voor Profeet Mohammad vzmh kunnen zien en de maan als zijnde zijn volgelingen.

Vers 3. Bij de dag wanneer hij (de zon) verlicht.

Jouw ?goede daden? (metafoor: de dag) kunnen de zon (Imaan) nog intensiever verlichten. Je Imaan (geloof) is dan ook niet rigide, maar het kan toenemen en afnemen (meer of minder intensief), afhankelijk van je goede of slechte daden.

Vers 4. Bij de nacht, wanneer hij haar (de zon) bedekt.

De nacht staat voor de slechte daden, welke de Imaan kunnen bedekken. Allah swt zweert dus ook op deze slechte daden. Hier komen we op het punt dat men wel eens zegt dat als Allah swt ook het slechte heeft geschapen, Hij ook dit slechte zou kunnen uitvoeren. Dit is echter niet waar. Allah swt is wel ?Khaliq? (Schepper), maar geen ?amil? (uitvoerder).

Vers 5. Bij de hemel en Wie haar opgebouwd heeft.
Vers 6. Bij de aarde en Wie haar uitgespreid heeft.

De hemel en aarde worden in de Quran respectievelijk genoemd voor iets dat hoog staat (wat geliefd is bij Allah swt) en iets wat laag is (ongeliefd/slecht).

Vers 7. Bij de nafs en Wie haar volmaakt heeft.

?Nafs? is een term dat moeilijk te vertalen is in het Nederlands. Het is het ego of de negatieve kracht in de mens. De mens bestaat uit 5 onderdelen: het lichaam (jasad), de nafs, de ruh (de ziel/positieve kracht), het hart (qalb/ symbool voor gevoel of spirituele essentie van de mens) en het verstand (aqal).
De ruh is iets heel bijzonders, aangezien het iets goddelijks is wat in ieder mens zit. Allah swt zegt immers: ? Wa nafakhtu fihi min ruhi ?. Vert.: ?En toen bliezen wij in de mens een deel van Mijn ziel.?

Vers 8. Hij die haar daarna haar zondigheid en haar vrees (voor Hem) bijgebracht heeft.

Allah swt heeft de nafs zowel zondigheid als vrees bijgebracht, dus de nafs is in beide wegen van invloed op de keuzes van de mens, middels zijn verstand. Men kan de nafs dus onderdrukken of de nafs zijn vrije gang laten gaan. De mens heeft verstand gekregen om zelf keuzes te kunnen maken.

Vers 9. Voorwaar, hij die haar (nafs) reinigt, zal welslagen.

Na het zweren op alle voorgaande elementen volgt het statement waarover gezworen wordt. Kenmerken van de nafs kunnen o.a. zijn: opschepperigheid, jaloezie, ongeduld, luiheid, hebzucht. Van zulke soort negatieve elementen moet men dus zien gereinigd te worden, om te kunnen slagen. De nafs trekt je dus naar het negatieve, terwijl de ruh (de ziel) je leidt naar het positieve.

Vers 10. En waarlijk! Hij verliest die haar (zondigheid) bedekt.

Degene die doet alsof er niks aan de hand en op die manier zijn negatieve kanten en zondigheden probeert te bedekken of goed te praten, zal uiteindelijk verliezen.

Vers 11. De Thamoed loochenden (profeet Salih vzmh) in hun buitensporigheid.

De Quran geeft een voorbeeld van zulke verliezers, namelijk het volk van Thamoed. Deze luisterden niet naar Profeet Salih vzmh (die hen probeerde te bevrijden van hun zondigheid) maar gehoorzaamden meer hun ?nafs?. Het volk van Thamoed wordt als voorbeeld genomen, omdat ten tijde van deze openbaring de ongelovige Mekkanen bekend waren met dit volk. Ze wisten dat er nog ruines te zien waren van het volk, ong. 150 km buiten Mekka en ze wisten dat ze van de ene op de andere dag plotseling vernietigd waren. Dus het was geen onbekend volk voor hen. We zien altijd dat Allah swt in de Quran voorbeelden van volkeren worden gegeven, die bekend waren bij de ongelovige Mekkanen.

Vers 12. Toen de ellendigste onder hen opstond.

Profeet Salih vzmh was constant bezig met het volk om ze richting God te roepen. Maar het volk ontkende en negeerde hem, en hun tegenwerkingen werden alsmaar heviger. Het volk zei zelfs: ?Laat die straf maar komen, wij zijn niet bang?. Profeet Salih vzmh vroeg toen Allah swt om wat te doen. Allah swt antwoordde dat Hij ze nog een laatste kans zou geven. Hij zou ze een teken sturen en als ze ook dit duidelijke teken zouden verloochenen, dan zou het volk gestraft worden.

Vers 13. Zeide de boodschapper van Allah: "Laat de kamelin van Allah vrij in haar drinken."

Er werd een 'kamelin' (vrouwtjeskameel) geschapen uit een berg als wonder/teken van Allah swt, ten overstaan van het volk. Profeet Salih vzmh gaf aan dat deze afkomstig was van Allah swt en dat het volk deze kamelin met rust moest laten. Er was een bron met water en Profeet Salih vzmh gaf aan dat om de dag de bron beschikbaar was voor de kamelin en de volgende dag voor de rest van het vee van het volk.

Vers 14. Maar zij verloochenden hem en sneden haar hoeven af, toen vernietigde hun Heer hen wegens hun zonden en maakte hen met de grond gelijk.

De afspraak werd een hele tijd goed opgevolgd. Maar er kwam later een moment dat het volk dit teken van Allah verloochenden en de hoeven van de kamelin afsneden, waardoor deze dood bloedde. Toen strafte Allah swt hun hiervoor en vernietigde het volk.
Er staat ?hun Heer?, aangezien Allah swt de Heer is van iedereen, ongeacht of men in Hem gelooft of niet.

Vers 15. En Hij vreest de gevolgen hiervan niet.

Voor God maakt het niks uit. Hij heeft de mens geschapen en Hij kan de mens het leven weer ontnemen, wanneer en waar Hij wilt.

Datum
13 januari 2004
Categorie
report
Herkomst / credit
MashriQ (eigen website-archief, 2009)