report

Tafseer-lezing #2 — Al-Balad (De Stad)

Verslag van de tweede tafseer-lezing van Tasneem Sadiq, op dinsdag 16 december 2003, zoals MashriQ die zelf op haar website publiceerde. Behandeld werd soera 90, Al-Balad (De Stad): een Mekkaanse soera van twintig verzen, 82 woorden en 320 letters, met als hoofdthema's de eigendunk van de mens, de zegeningen die hem gegeven zijn en ethiek (akhlaaq). Het verslag loopt vers voor vers door de soera - de eed bij de stad Mekka als bloeiende handelsstad, bij de Profeet die haar bewoonde en bij Adam (as) en zijn nageslacht, en het vers dat de mens tot inspanning en gezwoeg geschapen is, waarbij het woord kabad wordt uitgelegd als moeite en inspanning. Tweede lezing in de reeks die op 2 december 2003 begon met soera Al-Fajr.

Surah al Balad is een Mekkaanse sura en bevat 20 verzen, 82 woorden en 320 letters.
Belangrijkste thema:
- eigendunk van de mens
- zegeningen gegeven aan de mens
- ethiek (akhlaaq)

Verslag tafseerlezing d.d. 16 December 2003. verzorgd door Tasneem Sadiq

90. De Stad (Al-Balad)

1.Ik zweer bij deze stad
Met de stad wordt hier Makkah bedoeld. Een centrum waar mensen in groten getale bijelkaar kwamen. Een plaats waar karavanen elkaar kruisten. En een kruispunt waar marketiers, kooplui en handelaren elkaar ontmoetten. Makkah was dé bloeistad van het Arabische schiereiland. Zodoende zweert Allah swt bij deze stad van welvaart.

2. (Omdat) jij de bewoner bent van deze stad

Was het belang van Makkah dan gelegen in haar commerciele en financiële hoogtepunt? Nee, nee. Makkah was bijzonder om het feit dat de heilige profeet Mohammad s.a.w. deze stad bewoonde. Zijn aanwezigheid in deze stad maakte de stad bruisend en levendig. Op basis hiervan zweert Allah swt.

3. En (ik zweer) bij de vader en zijn nageslacht.

De vader is de Profeet Adam a.s. God zweert hier op de eerste mens en op zijn nageslacht.
Kortom, Allah swt zweert hier op drie dingen. 1) Op de stad Makkah 2) op de heilige profeet Mohammad 3) op Adam a.s. en zijn nageslacht.

4. Voorzeker, Wij hebben de mens ter inspanning (en gezwoeg) geschapen.

Hier geeft God aan dat hij de mensheid geschapen heeft met een specifiek doel. De mens is er niet om op zijn luie stoel zaken aan te zien. In elk daad van hem moet zweet, traan en bloed zichtbaar zijn. Het woord kabad betekent: moeite, inspanning en gezwoeg. Ten tijde van de Quraish was de volgende gedachtegang héél normaal: "Allah heeft mij rijkdom gegeven, waarom zou ik het moeten delen?". Dit is een foutieve instelling. Allah swt heeft elk mens een aangeboren karakteristiek (fitrah) gegeven om je doel te verwezenlijken door middel van intense gezwoeg.

5. Denkt hij (dan) dat niemand macht over hem heeft?

Zoals hiervoor aangegeven, denkt de arrogant dat niets hem kan kwetsen. Hij is zo dronken in rijkdom en hoogdunk, dat hij vergeet aan wie hij alles te danken heeft. Maar Allah swt is Almachtig en kan zijn rijkdom in een mum van tijd ontnemen.

6. Hij zegt (vol eigendunk): "Ik heb heel veel geld uitgegeven."

De arrogant heeft bijna al zijn geld verspild aan wereldse zaken. Zijn aanzien, status en machtsvertoon waren zijn belangrijkste prioriteiten. In hedendaagse tijd kan men denken aan de aankoop van de niewste Jaguar, een villahuis etc, om zo op het voorgrond te komen.

7. Denkt hij dat niemand hem ziet?

Hier geeft Allah swt aan dat Hij alles ziet. Hij ziet hoe de mens zijn geld verkwist aan onzinnige en materiële zaken. Hij zie hoe het geld wordt besteed aan zelfdoening. Eigen voordeel is waar de mens altijd naar kijkt. Allah ziet hoe de mens zijn geld niet aan armen en behoeftigen besteed. Alles is bekend bij de Alwetende, terwijl de mens doorgaat met het verspillen van zijn rijkdom.

8. Hebben Wij hem niet twee ogen gegeven?

Allah heeft de mens zegeningen gegeven. Hij heeft de mens ogen gegeven om het goede van het kwade te onderscheiden. Maar ondanks zijn ogen is de arrogante mens zo blind, dat hij armoede en misére om zich heen niet kan zien.

9. En een tong en twee lippen?

De schepper heeft de mens niet zomaar een tong en lippen gegeven. Je mond zou je moeten gebruiken voor zedelijke zaken. Geef adviezen en preken om zo je naasten te helpen op elk vlak.

10. En wij hebben hem (zelfs) de twee duidelijke wegen gewezen.

De twee duidelijke wegen zijn die van het goede en het kwade. Waarom duidelijk? Omdat in elk mens het instinctief gevoel is ingebed wat juist of fout is.

11. Toch is hij het steile pad (van goede daden) niet ingeslagen!

De steile berg is de drempel. Het kost een immense moeite en energie om deze 'ophoging' te bewandelen. Maar dit is ook de weg van het Goede. De slechte weg is niet steil omhoog, maar een vergemakkeling. Het is beter te zien en dus veel aantrekkelijker. De keus is nu aan de mens, kiest hij de steile berg of de makkelijke afdaling? Is hij bereid zijn Ego, eigendunk en materiële instelling voor eens en altijd vaarwel te zeggen? Of zal hij toch de simpele weg van gemakzucht, oneerlijke rijkdom en ego-centrisme kiezen?

12. En heb je (wel) begrepen wat het steile pad is?

Beseft de mens eigenlijk wel wat die moeilijke pad is? (Onder)kent hij wel het belang daarvan?

13. Het bevrijden van iemands nek (uit problemen, slavernij)

Hier geeft Allah aan wat de doornen op het moeilijke pad zijn. Is de mens bereid om zorg te dragen voor de invaliden, afhankelijken, zwakkeren en mindergestelden in de samenleving? Is hij bereid om zichzelf over te geven aan derdenhulp. Is hij bereid om zijn eigen wensen te laten varen ten behoeve van anderen? Zo, ja dan ben je op weg naar de juiste richting.

14. Of het geven van voedsel in tijden van hongersnood.
Ook dit is een toelatingseis. Maar aan alles is een zuivere intentie gebonden. Iemand die 1000 bedelaars te eten geeft en iemand die 2 mindergestelden een dak boven hoofd geeft. Beiden zijn gelijk als de intentie maar niet bestaat uit complimentaire behoefte. Kwaliteit gaat boven kwantiteit.

15. (En) aan een verwante wees.
Ook de zorg aan een wees in je familie is een belangrijk element van het steile pad.

16. Of aan een arme behoeftige.
Iemand die héél moeilijk rondkomt of die barre tijden meemaakt. Als jij hem/haar (financieel) kunt steunen, doe dat dan ook.

17. En dat hij behoort tot degenen die geloven en elkaar aansporen tot geduld en elkaar aansporen tot barmhartigheid.
Naast al de voorgenoemde zaken is verankering in je 'imaan' en gebondenheid aan de ethische normen en waarden (akhlaaq) een eveneens belangrijk element van het steile pad. Ben je gelovig, geduldig en goedwillend dan maakt dat jou tot een goede moslim.

18. Zij zijn 'de mensen van de rechterzijde'.
Degenen die de voorgaande verzen in praktijk brengen, zij zullen de paradijsgangers zijn

19. En degenen die niet in Onze Tekenen geloven: zij zijn 'de mensen van de linkerzijde'.
De mensen die niet het steile pad kiezen maar de makkelijke weg.

20. Voor hen is een omhullend vuur.
Allah swt zal hen straffen met de Hel

Datum
16 december 2003
Categorie
report
Herkomst / credit
MashriQ (eigen website-archief, 2009)